Hieronder volgt een "interview met mezelf", om aan te geven waarover en waarom. Ik schreef het in mei van dit jaar.
Verkrachting indachtig.
Waar gaat
het over? Wat ga je doen?
Enkele jaren geleden las ik
enkele teksten van Mieke Bal, een Nederlandse literatuurwetenschapper, en van
Alice Miller, een in Polen geboren psycholoog, over de doorwerking van
bijbelverhalen in de cultuur. Uitgebreid schrijven ze hoe in de literatuur en
in de pedagogie en psychologie vanuit seksistische en patriarchale ideologie seksueel
geweld in de westerse cultuur plaats vindt en hoe het ontkend, verhuld en
gelegitimeerd en daarmee doorgegeven wordt.
Bal en Miller wijzen volgens
mij ook op een offerpatroon in de cultuur: omwille van het heil van
machthebbers worden andere mensen opgeofferd. Dat patroon ben ik lang geleden
bij o.a. de theologen Hinkelammert en Jacob tegengekomen aangaande
machtsverhoudingen in het algemeen. Danzkij Bal en Miller viel me op hoezeer
dit patroon aangaande seksualiteit terugkomt in de westerse cultuur èn in de
christelijke theologie. Ik wil de samenhang daartussen in kaart brengen en met
de kritiek van Bal en Miller de offerideologie in de cultuur en de
offertheologie in de kerkelijke leer, in de exegese en in de catechese onder de
loep nemen.
Het zijn
nogal wat grote woorden en vage begrippen. Wat bedoel je, waar is het je om te
doen?
In de westerse cultuur -
misschien in alle culturen - is er sprake van een continue machtsstrijd om van
alles en nog wat en op allerlei niveau’s. Mensen strijden om economische
bronnen, om geld, om het recht op een schoon milieu, om eten. Mensen worden
onderdrukt, vechten om vrijheid, mensen worden gediscrimineerd vanwege racisme.
Mensen knokken om wie de sterkste is, om wie de baas is, ook in kleine groepen
zoals in de klas, op straat, in gezinnen en kerken en sportverenigingen. Maar
al deze tegenstellingen zijn ook van oudsher gekleurd door de tegenstelling man
– vrouw en volwassnenen – kinderen.
Wetenschappelijker gezegd,
belangen en tegenstellingen aangaande economie, rassen, vrijheid, milieu etc.
hebben steeds een seksistische en patriarchalistische component. Daarom werden
en worden vrouwen verkrachtm, kinderen misbruikt.
Of anders, als je me vraagt
waar het me om te doen is, steeds duidelijker wordt het gegeven dat in
Nederland 12 % van de vrouwen ooit verkracht zijn. Zo staat het in het Rutgers-Nisso
rapport van 2009. Steeds duidelijker wordt het dat het om veel meer mensen gaat
dan we dachten, en dat het om een structureel gegeven gaat. In een ander onderzoek wordt gezegd dat 40 %
van de meisjes voor hun 16e jaar met seksueel geweld te maken hebben gehad.
Verkrachting en seksueel geweld naar met name vrouwen en meisjes toe vormt een
structureel gegeven in Nederland en in de westerse cultuur.
Dat geldt natuurlijk ook andere
landen en andere culturen. Het is niet specifiek westers. Maar wel is helder
dat er vanuit het westen, en dat is verbonden met de economische
machtsverhoudingen, vrouwenhandel plaats vindt, dat westerse “toeristen”
kinderbordelen bezoeken in landen als Thailand en Cambodja. En dat westerse –
en niet-westerse – politieke machthebbers hun positie misbruiken en daar soms
ook prat op gaan: ze komen zo “mannelijk” over.
Ok, maar
wat heeft dat nou met religie te maken?
Allereerst, religie, theologie,
kerken etcetera. Deze instellingen maken deel uit van de cultuur. Net zoals in
voetbalclubs en andere vrijetijdsverenigingen vindt misbruik ook hier plaats. En
net zoals voetbalclubs moeten ook kerken hun verantwoordelijkheid nemen.
Je wilt
toch niet beweren dat religie en voetbal schuldig zijn aan seksueel misbruik
omdat er in clubs en kerken seksueel geweld plaats vindt?
Op z’n minst, als het zo is dat
seksueel geweld een structureel gegegeven is in de cultuur, dan is die cultuur
schuldig aan dat geweld, zeker als ze het ontkent, verhult en legitimeert.
Voetbal en religie maken onderdeel uit van die cultuur en dienen zich dus van
hun verantwoordelijkheid bewust te zijn. Maar met religie is iets meer nog dan
met voetbal aan de hand.
Religie is niet alleen
onderdeel van de cultuur, religie heeft de cultuur ook van oudsher mede gevormd.
En ook, het opofferen van mensen alsmede het ontkennen, verhullen en
legitimeren ervan is een religieus gebeuren. Of mensen nu opgeofferd worden aan
een godheid of aan een ander belang, er gebeurt iets absoluuts wat tevens
verdonkermaand en goedgepraat wordt. Dit offeren en het absolute karakter ervan
alsmede het gedoe eromheen, het wegpraten of het vinden van drogredenen, dat
alles wijst op religie.
Je hebt
wel een zwart beeld van religie.
Ik denk dat juist vanuit de
christelijke traditie religiekritiek een kostbaar gegeven is. Ik geloof in de
kostbaarheid en uniciteit van elke mens, als “gloria Dei”, zoals de kerkvader
Ireneus het zegt. Of, zoals Jezus steeds wijst op de verantwoordelijkheid voor en
van mensen als verantwoordelijkheid voor God. En daarbij doelde hij ook op mensen
die met een heersende ideologie andere
mensen stuk maken. Hierin spreekt de oude offerkritiek van Exodus door, de
kritiek op het gouden kalf. Religiekritiek is een oud goed in het christelijk
geloof.
Het is mij er niet om te doen
de kerken en de religie in de beklaagdenbank te stoppen. Maar juist de
christelijke religie heeft hier, gezien haar opdracht, een zware
verantwoordelijkheid die ook haarzelf treft daar waar ze zelf patriarchaal,
seksistisch is en bijdraagt aan het onteren van mensen en dus van God, om het
vanuit haar traditie te zeggen! Niet omdat het me om God gaat, het gaat God
juist om mensen!
Dus heb
je God niet nodig, hoef je geen theoloog te zijn hier?
Nee, je kunt ook zeggen, omdat
mensen andere mensen menen te mogen ontmenselijken, is er iets aan de hand dat
het menselijke betreft. Maar dat betreft wel, wetenschappelijk gezien, religie,
het is een religieus gegeven. En daar heb je theologen voor, om dat te
achterhalen. Hoewel, soms zijn schrijvers en filmmakers daar beter toe in
staat.
Is dat
zo, is dan geen achterhaalde pretentie uit de tijd van zoiets als christenen
voor het socialisme en andere ideologiekritiek uit de jaren 1970, 1980?
Misschien heb je gelijk. Maar
niet alles van toen is achterhaald! En nogmaals, het gaat om het structureel
gegeven van seksueel misbruik, het gaat me om concrete mensen. En mensen doen
andere mensen iets absoluuts aan met een absolute pretentie in naam van iets
absoluuts, hun absolute recht op machtsuitoefening.
Nou, dat is niet anders volgens
mij dan religieus te duiden. En dus uiteindelijk onderwerp van religie-studie.
Ook als het woord God er niet bij valt, bij deze gebeurtenissen. Dat heb ik wel
opgepikt van theologen uit die tijd, zoals mijn leermeesters Schillebeeckx en
Van Leeuwen.
En nog iets, als dat dan nog
eens met behulp van expliciet religieuse teksten, zoals bijbelverhalen en
catechismussen mensen zich het recht toeeigenen anderen te mishandelen, ja, dan
is er iets meer aan de hand. Niemand zal, denk ik, zeggen dat je op grond van
de sport vrouwen mag verkrachten. Maar dat gebeurt wel in naam van de religie.
Samengevat, er zijn
verschillende redenen om vanuit de theologie hier mee bezig te zijn. Allereerst
het gebeuren zelf, dan het offer- en verdringingskarakter (de ideologie) van
het gebeuren, ten derde de motivaties die vanuit religieuze, hier christelijke
en katholieke teksten gegeven worden.
Anders gezegd, als mensen
anderen ontmenselijken, dan is er iets religieus aan de hand. Als met name
westerse, blanke mannen andere mensen onteren omdat de macht daartoe hebben, de
positie, het geld, en daarbij menen het recht te hebben omdat ze die macht
hebben, omdat ze vader of broer zijn, man zijn, blank en westers, met een dikke
portemonnaie of veel spieren, dan is er dus iets religieus aan de hand. Als dat
dan ook nog eens gepaard gaat met een bewust of onbewust beroep op bijbelse en
kerkelijke teksten en gewoonten, dan is er dus in driedubbele zin iets
religieus aan de hand.
En helemaal als dat dan nog in
kerkelijke context, in protestantse of katholieke gezinnen, parochiegebouwen, catechesatielessen,
internaten gebeurt.
Maar wat
heeft dat nou met het offer van Christus te maken?
Op al deze “religieuze”
aspecten hebben Bal en Miller me gewezen. En daardoor ben ik gekomen op een
thema waar ik al eerder bezig mee was, het offerthema. Ik onderzocht het thema
in een eerdere studie naar de samenhang tussen economie en religie. Dat
onderzoek heeft voor mij veel opgeleverd, ook artikelen, maar uiteindelijk liep
het stuk; ook omdat ik 7 jaar geleden met een vredesonderwijsproject in Polen
begon. Maar de belangstelling ervoor bleef. En in Polen heb ik een lezing
gegeven over het verhaal van Abraham en Isaak waarbij het ging over de vraag in
hoevverre in dit verhaal het misbruik van kinderen veronachtzaamd wordt. Ik
ging hierbij uit van de al genoemde Hinkelammert en met name Jacob. Dat verhaal
van Genesis 22 heeft een grote betekenis voor het christelijk offerverhaal.
Daarin zegt men dat Christus zich heeft
laten kruisigen, of zoals het ook wel wordt gezegd, de Vader heeft zijn Zoon
prijs gegeven opdat de mensen vrijgekocht worden van de zonden.
Ik wil nu nagaan in hoeverre de
christelijke offertheologie, zoals verwoord in de rooms-katholieke leer en
katechese, mede verantwoordelijkheid draagt voor het seksueel misbruik van met
name vrouwen en kinderen in de westerse cultuur. En ik wil nagaan of er
alternatieven zijn om die leer eventueel zo te formuleren dat de
verantwoordelijkheid genomen wordt en er geen sprake meer is van seksisme en
patriachalisme in die teksten.
Seksisme
in bijbelteksten?
Met name toen ik met de kritiek
van Mieke Bal over Richteren 19 het internet op ging schrok ik. Zo vaak komt
bijv. kritiek op homoseksualiteit terug als argument om het maar niet over
vrouwenverkrachting te hoeven hebben.
Hoe
bedoel je?
In Richteren 19 gaat het over
de verkrachting van een vrouw door een horde mannen. De vrouw om wie het gaat
verblijft met haar man in een herberg. Buiten wachten de mannen die eerst
aangeven de man te willen verkrachten. Dat vindt de herbergier zo erg dat hij
zijn dochter aanbiedt.
Ga je zoeken op internet, dan
schrik je je lam. Zoek maar eens met de trefwoorden “homoseksualiteit richteren
19“. Maar niet alleen op internet, ook in veel gedrukte commentaren wordt dan
gezegd dat, om het grotere kwaad van homoseksualiteit af te wenden, een minder
kwaad daar tegenover gezet wordt: het verkrachten van een vrouw.
Daarbij, als je de kritiek van
Mieke Bal op de vertaling van Richteren 19 leest, en merkt dat die kritiek niet
gerecipieerd is in de exegese en bijbelvertalingen, dan word je echt kwaad. Die
vrouw uit Richteren 19 wordt in het begin al aangeduid, in de Nederlandse
teksten, als hoer, of als bijvrouw. Bal maakt aannemelijk dat het
oorspronkelijke woord wat hier staat een vrouw betreft uit een cultuur waarin
de vrouw na haar huwelijk bij haar vader blijft wonen. Het hele - gruwelijke -
verhaal van Richteren 19 betreft een botsting tussen deze cultuur en de cultuur
waarin de vrouw na het huwelijk bij de mand komt te wonen. Nu, hier gaat het me om de
verantwoordelijkheid van de kerken die met deze verhalen en vertalingen dit
seksisme doorgeven.
Dat geldt
alle kerken! Waarom nu de katholieke kerk?
Ik moet me beperken. Maar ben
ook katholiek en katholieke katecheet, dan pak ik die handschoen ook graag op.
Daarbij, de verlegenheid als je dat zo zou mogen noemen in de katholieke kerk
is erg groot als het om seksualiteit gaat. Enerzijds dat gehamer op abortus,
euthanasie en homoseksualiteit als tekenen van de duivel, en anderzijds het
misbruik van kinderen en jongeren in de kerk, dat is wel erg opvallend. In de
hele wereldkerk, in Nederland en zeker in Polen, waar ik vaak kom. Daar is het
helemaal, als het om misbruik gaat, en een taboe en een structureel gegeven. En
juist in de offertheologie van die katholieke kerk, die in een aantal aspecten
echter niet zoveel verschilt van de offertheologie van andere kerken, vind ik
een samenballing van al deze thema’s terug.
Hoezo?
In de Katechismus van de
Katholieke Kerk wordt te uit en te na gewezen op de heilsbetekenis van Jezus
Christus. Hij heeft zich geofferd en daarmee ons vrijgekocht van de oerzonde,
begaan door Adam en Eva. En Maria, de moeder van Jezus, is “onbevlekt
ontvangen” en vrij van alle smet en daarom in staat de Moeder Gods te zijn.
Jezus is de nieuwe Adam en Maria de nieuwe Eva.
Het is niet moeilijk om de
patriarchalistische en seksistische geschiedenis van deze theorie te duiden. En
als je dan leest hoe dit terug komt in populair catechetisch materiaal en
kinderbijbels maar ook allerlei teksten die vanuit Rome komen, ja, dan snap je
Canetti’s bewering dat na elke start van een religie de missie daarvan
verandert van een heilsboodschap naar een inzet voor het behoud van de macht
van die religie.
Wat zeg
je nou weer?
In veel activiteiten rond de
eerste communie, met alle respect voor de intenties van ieder die er mee bezig
is in parochies, zie je dat kinderen niet serieus genomen worden en dat van de
verhalen van en over Jezus slechts een braaf aftreksel verteld wordt, gericht
vanuit die offertheologie, op de sacramentenleer en de machtsaanspraak van de
clerus daarin. Dat is zo “veruiterlijkt”, ik bedoel juist in de uiterlijkheid
ervan zichtbaar. Juist in Polen. Maar ik hoor hier ook verhalen over misbruik,
waar niemand wat aan kan doen, omdat meneer pastoor toch niet aangevallen kan
worden.
Canetti zegt in “Massa en
macht” dat religieuze bewegingen, na hun begin, als ze langer gaan bestaan,
niet meer gericht zijn op waar het hen in het begin om te doen was, maar om met
voortbestaan van zichzelf als instelling, als instituut. Nou, dat zie je!
Je wilt
het ook over literatuur hebben?
Nou ja, niet zomaar “ook”, om
er iets leuks bij te halen. Ik denk dat juist de literatuur en de film meer in
staat zijn om wel te zeggen waar het om gaat, om daar steeds bezig mee te zijn.
Volgens mij is vind je daar echte theologie, reflectie op wat zich echt
afspeelt in het leven van alle dag, in het geknok om overeind te blijven... Literaire
teksten geven, daarom heb ik het ook over in mijn onderzoek, tegenwoordig veel
sterker dan theologische teksten, de nodige religiekritiek. Schrijvers
verwoorden vaak veel beter dan de theologie aan waar het om gaat. Kerken en theologen
zijn toch teveel met zichzelf bezig, onder het mom van dat ze met het belang
van God bezig zijn, dat denk ik wel eens, en ik reken mezelf ook tot zo’n
theoloog. En juist door dat gefixeerd zijn op God los te laten, komen zij dat
waar het om gaat tegen en zijn in staat daar iets van weer te geven.
Wat is je
eigen betrokkenheid bij dit alles?
Allereerst, hoe meer ik met het
thema van seksueel geweld en religie bezig ben, hoe meer ik denk aan de mensen
om me heen en aan mezelf; ik ervaar hoezeer ik zelf deel uit maak van de
cultuur en de westerse cultuur en de machtspatronen in mezelf als man. Maar ook
verhalen van mensen om me heen, hoe die met seksueel geweld te maken hebben,
maken me betrokken.
En ten tweede mijn werk in
Polen. Hier vertel ik verhalen van mensen die de dupe waren van totalitarisme,
racisme en nationalisme in de periode 1933 - 1989, o.a. over Anne Frank en
organiseren we workshops enzo over actuele discriminatie. Nadat ik enkele
boeken van Miller en Bal gelezen had besefte ik dat je niet over geweld vanuit
WOII of over racisme kunt spreken als je niet verdisconteert dat er in de klas
geweld plaats vindt, als je je niet realiseer dat veel kinderen thuis met
geweld - niet alleen seksueel geweld - te maken hebben, gediscrimineerd worden
als kind, als vrouw. Als je dat in je werk en in je materiaal niet op een of
andere manier kunt opnemen, gaat wat je zegt het ene oor in en het andere uit.
In Nederland ben ik betrokken bij de Korczakstichting en daar houden we ons
o.a. met het geweld naar kinderen bezig. In 2002 was er het aantal van 80.000
kinderen per jaar dat mishandeld wordt. Nu is bekend dat dat getal erg
bijgesteld wordt. Maar ik was er al lang mee bezig.
Bovendien, vaak merkte ik dat
hier in Wrocław na mijn les op een of andere
school leerlingen godsdienstles kregen en moesten horen hoe zondig
homoseksualiteit wel niet was.
Dat dreef me ertoe meer na te
denken over waar ik eigenlijk mee bezig was. In Polen is het aantal seksueel
geweldsmisdrijven in gezinnen schrikbarend hoog maar de ideologie van het gezin
bemoeilijkt de aanpak daarvan. En de kerk speelt hierbij een monopoliserende
rol.
Denk je
dat je onderzoek hier wat aan verandert?
Ik ben geen Don Quichot, nee, dat
hoop ik niet. Maar ik heb wel mijn verantwoordelijkheid te nemen. Ik hoop met
mijn onderzoek en met artikelen erover collega’s, o.a. in Nederland en Polen,
catecheten en theologen uit te nodigen na te denken. Dat vraagt om
voorzichtige, in ieder geval verantwoorde bewoordingen. Maar zonder om de hete
brij heen te draaien. Niet meer dan dat... Ja, en ik wil voor het
vredeseducatief werk deze studie verrichten, om beter educatief materiaal voor
leerlingen en docenten te maken.
Alles wat je kunt doen om dit
geweld tegen te gaan is meegenomen. Maar ik merk dat er nog iets anders
meespeelt.
In de kerken, en met name in de
katholieke kerk, is het erg lastig om aan te geven waar we voor staan. We zijn
verdeeld. Niet zozeer gaat het over protestanten, katholieken, orthodoxen, maar
over, nou ja, die vraag van Canetti. Kan de kerk nog een bevrijdende, kritische
betekenis hebben in de samenleving? Kunnen we onze verantwoordelijkheid ten
opzichte van slachtoffers nog wel nemen? Of trekken we ons op onszelf terug, met
een boekje in een hoekje, met het gezicht richting Jeruzalem? Waar is het ons
om te doen, uiteindelijk, en hoe kunnen we dat verwoorden terwijl we de kritiek
van de slachtoffers serieus nemen?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten